De woonwijk Windmolenbroek wordt verwarmd met groene warmte. De wijkverwarming draait grotendeels op biogas, dat via 10 km leiding aangevoerd wordt uit Ambt Delden. Met dit gas wordt in de warmtecentrale ook groene stroom opgewekt.
Projectbeschrijving
Bij de ontwikkeling van de wijk Windmolenbroek is destijds ook een warmtenet
aangelegd. De benodigde warmte voor ca. 850 woningen en een aantal gebouwen
wordt geleverd door een warmtecentrale van energiebedrijf Cogas.
De warmtecentrale bestaat uit drie grote c.v.-ketels en vier wkk-units. De
gelijktijdige opwekking van elektriciteit en warmte in een wkk is op zich
al gunstig voor het energieverbruik, maar sinds 2000 is de wijkverwarming
nog veel milieuvriendelijker geworden. De woonwijk wordt nu grotendeels “groen”
verwarmd. Dat is mogelijk geworden door de inzet van een bijzondere brandstof.
De warmtecentrale krijgt biogas via een meer dan 10 kilometer lange kunststof
leiding van afvalstortplaats ’t Rikkerink in Ambt Delden. Het biogas
ontstaat door de omzetting van organisch materiaal door bacteriën in
methaangas en CO2.
Cogas wint al vanaf 1985 dit biogas (stortgas) om de emissie van methaan naar
de atmosfeer te beperken en om er energie uit te winnen. Oorspronkelijk werd
het gas hoofdzakelijk gebruikt in de stoomketel van een chemisch bedrijf in
Delden. In 2000 is men het biogas ook gaan gebruiken als brandstof voor de
gasmotoren van de centrale in Windmolenbroek. Hoofddoel is de opwekking van
groene stroom, maar de warmte die hier bij vrijkomt in de wkk kan uitstekend
gebruikt worden in het warmtenet. Zo levert de centrale groene warmte en stroom
op een heel efficiënte manier.
De afvalstortplaats ’t Rikkerink, die op een oppervlak van 25 hectare
2,5 miljoen ton afval herbergt, is al sinds 1984 gesloten. De winning van
het gas is dus pas na de sluiting begonnen. Inmiddels heeft men al het equivalent
van 40 miljoen m3 aardgas gewonnen. De gasproductie
neemt geleidelijk af; er wordt nu nog ca. 250 m3
biogas per uur onttrokken. Al het gas wordt volledig benut. Er is zelfs geen
fakkel meer aanwezig op ’t Rikkerink.
Milieuvoordelen
Het winnen van het gas van een afvalstortplaats is op zich al erg gunstig
voor het milieu. Dit “stortgas”bestaat voor 60% uit methaan, een
gas met een zeer sterk broeikaseffect. Door de benutting van het gas als energiebron
wordt er ook bespaard op fossiele energie en daarmee op de emissie van het
broeikasgas CO2. De oplossing om met wkk voor een wijkverwarming
zowel elektriciteit als warmte op te wekken met dit biogas is een fraaie oplossing
om de emissie van broeikasgassen te minimaliseren.
Doordat de gasmotoren van de wkk-units dit gas zonder behandeling kunnen verwerken,
is er geen verbruik van energie voor het opwerken van het gas nodig, maar
alleen voor transport en beperkte droging.
Aandachtspunten
Stortgas is verzadigd met waterdamp. Om het in een pijpleiding te kunnen transporteren,
moet het gas zodanig ontvochtigd worden, dat er in de leiding geen condens
ontstaat. Aanvankelijk heeft men bij ’t Rikkerink een kostbare droogtoren
gebruikt. In de praktijk is echter gebleken dat het voldoende is om het gas
met een koelmachine af te koelen tot ca. 7 ºC.
Het gas wordt met een overdruk van 0,6 bar toegevoerd aan de transportleiding.
In de leiding van ’t Rikkerink naar de warmtecentrale is het drukverlies
0,3 bar. De einddruk is ruim voldoende voor de gasmotoren, die minder dan
0,1 bar nodig hebben.
