WKK (Warmte-KrachtKoppeling)

Hoe werkt wkk?
Het merendeel van onze elektriciteit wordt opgewekt in grote elektriciteitscentrales.
Daarbij verdwijnt een groot deel van de energie via het koelwater in rivieren,
de zee of door middel van koeltorens in de lucht. Gemiddeld gaat zo zelfs meer
dan de helft van de verbruikte energie verloren. In de modernste centrales,
die aardgas verstoken in gasturbines, is het verlies nog altijd 45%. In kolengestookte
centrales zijn de verliezen beduidend hoger en zijn bovendien de emissies van
broeikasgassen en verzurende stoffen, per opgewekte kWh elektriciteit, hoger
dan bij aardgas.
In een aantal gevallen heeft men dit verlies gedeeltelijk ondervangen door het
koelwater via leidingen naar gebouwen of kassen te brengen: stadsverwarming.
Omdat nu het koelwater een hogere temperatuur moet hebben, daalt het rendement
voor elektriciteitsproductie. Bovendien gaat er warmte verloren in de lange
leidingen en wordt lang niet alle warmte gebruikt. De productie van elektriciteit
staat immers voorop bij elektriciteitscentrales.
Een energetisch fraai alternatief is warmte-krachtkoppeling ofwel wkk. Bij wkk
worden elektriciteit en warmte tegelijkertijd bij de verbruiker opgewekt. Daarmee
worden de verliezen voor transport van warmte en elektriciteit vrijwel geëlimineerd.
De warmtevraag staat normaal gesproken voorop bij wkk, zodat vernietiging van
warmte nauwelijks voorkomt. Het brandstofverbruik voor de gecombineerde productie
van elektriciteit en warmte in een wkk is daardoor een stuk lager dan het verbruik
voor de productie van eenzelfde aantal eenheden elektriciteit en warmte afzonderlijk
in elektriciteitscentrale en c.v.-ketel. Het totaalrendement voor omzetting
van brandstof in elektriciteit en warmte ligt bij een wkk gewoonlijk op 85%.
Hogere rendementen zijn mogelijk door ook restwarmte op lage temperatuur te
benutten. Als ook de condensatiewarmte van de waterdamp in de rookgassen wordt
benut kan het rendement zelfs de 100% benaderen. Dan kun je naar analogie van
de hr-ketel spreken van hr-wkk.
Als brandstof voor de wkk wordt in Nederland meestal aardgas gebruikt, maar
ook biogas en stortgas worden wel gebruikt. De wkk levert dan duurzame energie.
In principe is elke brandstof mogelijk. De keuze van de krachtbron, die de generator
in de wkk aandrijft, hangt samen met de beschikbare brandstof, het gewenste
vermogen en de vorm waarin de warmte geleverd moet worden.
In industriële processen, waar meestal grote vermogens nodig zijn en warmte
in de vorm van stoom gevraagd wordt, is de gasturbine meestal de aangewezen
krachtbron. Gasturbines worden tot zeer grote vermogens gebouwd en ook toegepast
in moderne centrales.
Schema van een hr-wkk: 1-gasmotor, 2-generator, 3-rookgaskoeler, 4-rookgascondensor, 5-aardgastoevoer, 6-rookgasfvoer 45 °C, 7-c.v.water 70-85 °C, 8-lagetemperatuursverwarming 30-35 °C, 9-condenswaterafvoer, 10-verbrandingslucht (Klik het schema voor een grotere afbeelding)
Voor de verwarming van kantoren, ziekenhuizen, bedrijfshallen, tuinbouwkassen,
e.d. wordt meestal een verbrandingsmotor gebruikt. Een dergelijke motor werkt
net als de automotor, maar loopt op aardgas of biogas in plaats van benzine
of lpg. Het koelwater van de motor en de warmte van de uitlaatgassen worden
gebruikt om c.v.-water op te warmen. Meestal is de maximale c.v.-watertemperatuur
dan 80 tot 90 °C. Er zijn ook speciale motoren, die met koelwater van 120
°C werken. Gasmotoren zijn beschikbaar voor vermogens van slechts 5 kW tot
5 of meer MW!
Op heel kleine schaal worden ook al kleine wkk's met Stirlingmotor, microgasturbine
of brandstofcel gebouwd. Mogelijk is de brandstofcel een optie voor de toekomst
om per woning een wkk te plaatsen. Op dit moment is wkk nog voorbehouden aan
grotere energieverbruikers.
Van beide foto's is een grotere versie beschikbaar als u er op klikt.
Milieuvoordelen
Toepassing van wkk levert een duidelijke besparing op in vergelijking tot conventionele
elektriciteitsopwekking en verwarming. Daarmee wordt ook een belangrijke bijdrage
geleverd aan vermindering van het broeikaseffect door een lagere emissie van
CO2. De besparing varieert met de keuze van de krachtbron, de besparing op verliezen
in het elektriciteitsnet en de vorm waarin de warmte wordt geleverd. Naarmate
de warmte op lagere temperatuur wordt gebruikt, neemt de besparing toe. De besparing
hangt ook samen met het referentiekader. Het lijkt reëel om als referentie
het gemiddelde rendement van elektriciteitscentrales en de emissies uit een
mix van de brandstoffen
steenkool en aardgas te gebruiken. Daarnaast kunnen we afhankelijk van de plaats,
waar de elektriciteit uit de wkk wordt ingevoerd, nog de besparingen op transportverliezen
meenemen. Immers de elektriciteit van een centrale heeft een lange weg, met
de daarbij behorende verliezen, te gaan. De elektriciteit uit de wkk is daarentegen
direct op de plaats waar het gebruikt wordt. Het Ministerie van Economische
Zaken hanteert bij subsidieregelingen momenteel een andere filosofie. Als referentie
kiest men het rendement en de emissies van de nieuwste, gasgestookte centrale,
de Eemscentrale.

Zuur is, dat door de liberalisatie van de elektriciteitsmarkt wkk's verminderd
worden ingezet, terwijl het aandeel kolencentrales toeneemt en kunstmatig goedkope
stroom van bruinkoolcentrales wordt geïmporteerd. Dat is ook letterlijk
zuur, omdat steenkool en bruinkool naast meer CO2 ook meer verzurende stoffen
de lucht inblazen.
Overigens wordt er gewerkt aan oplossingen om de economische situatie voor wkk
te verbeteren door schuiven met de regulerende energiebelasting (REB). Het aardgasverbruik
van een wkk is nu vrijgesteld van REB. Investeringen in wkk worden gestimuleerd
door investeringsaftrek (EIA).
Wkk is al jaren een belangrijke factor in Nederland. Het aandeel van wkk in
de elektriciteitsproductie is zelfs ca. 30 %. Daarmee loopt Nederland voorop
in de EU. Het aandeel in het opgestelde vermogen is volgens opgave van Cogen
Nederland bijna 40% van het totaal! Wkk is zonder meer de pijler onder de Nederlandse
plannen voor reductie van CO2. Om aan de afspraken van Kyoto te voldoen moet
dit vermogen in tien jaar nog bijna verdubbelen. Dat lijkt onder de huidige
omstandigheden een onmogelijke opgave. Er zullen bij de huidige lage prijzen
voor elektriciteit en hoge prijzen voor aardgas maatregelen nodig zijn om wkk
weer economisch rendabel te krijgen. Daar wordt door de politiek nu aan gewerkt.
Houd dus moed en blijf plannen maken voor nieuwe investeringen in wkk.
Aandachtspunten
De resultaten van wkk zijn sterk afhankelijk van de daadwerkelijke warmtebenutting.
Daarom moet bij de planning van een wkk van tevoren goed onderzocht worden hoeveel
warmte er op lange termijn nodig is. Zinvolle besparingsmaatregelen zoals isolatie
en terugwinning van warmte uit ventilatielucht moeten meegerekend worden in
de bepaling van de warmtebehoefte op lange termijn. Bij ruimteverwarming, waar
de warmtebehoefte direct samenhangt met de buitentemperatuur levert meestal
de wkk een kwart van het maximaal benodigde vermogen en wordt de rest ingevuld
met c.v.-ketel. Erg belangrijk is ook, met name bij kleinschalige wkk, de temperatuur
van het c.v.-water en de samenwerking met de c.v.-ketel. Niet alleen neemt de
energiebesparing toe met een lagere watertemperatuur, maar het functioneren
van de wkk kan sterk belemmerd worden door de c.v.-ketel, als die het c.v.-water
te ver opwarmt. Daarom moeten de ketels zo laag mogelijk worden afgesteld. Wel
moet gecontroleerd worden, dat het boilerwater, ter voorkoming van legionella,
eens per etmaal boven 60 °C komt. Voor een maximaal rendement en maximale
levensduur van de wkk, maar ook van ketels en dergelijke, is controle op de
kwaliteit van het c.v.-water belangrijk.
Voor meer informatie kunt u altijd mailen naar idee@energieprojecten.com. Ook is het mogelijk om posters van de hier getoonde foto's te bestellen.
Auteursrechten: www.energieprojecten.com.
Aan de hier gegeven informatie kunnen geen rechten worden verleend. www.Energieprojecten.com is niet aansprakelijk voor fouten.